Journal
Geen categorie 1 maart, 2014

Collecting Geographies: Magiciens de la Terre

Op 13, 14 en 15 maart 2014 organiseerde het Stedelijk Museum in samenwerking met ASCA/ACGS van de Universiteit van Amsterdam, Moderna Museet (Stockholm), Museum Folkwang (Essen) en het Tropenmuseum (Amsterdam), de academische conferentie Collecting Geographies – Global Programming and Museums of Modern Art. Tijdens deze conferentie gaat een diverse selectie sprekers nader in op actuele kwesties in de relatie tussen kunstinstellingen, globalisering en het postkoloniale discours. Een van de sessies is gewijd aan de baanbrekende én bekritiseerde tentoonstelling Magiciens de la Terre die 25 jaar geleden werd georganiseerd in het Centre Pompidou te Parijs. Cultuurwetenschapper Liza Swaving neemt in deze blog de controversiële erfenis van deze inmiddels canonieke tentoonstelling onder de loep aan de hand van de recent verschenen publicatie Making Art Global: “Magiciens de la Terre”, 1989.

99147282b269e9054e2ea736c068b262

In 2014 is het precies 25 jaar geleden dat de tentoonstelling Magiciens de la Terre plaatsvond in het Centre Pompidou in Parijs. Afgelopen jaar verscheen in de Afterall-serie Exhibition Histories de publicatie Making Art Global (Part 2) ‘Magiciens de la Terre’ 1989. Deze retrospectieve publicatie geeft niet alleen een analyse en (visuele) reconstructie van de tentoonstelling maar reflecteert ook op haar invloed op het hedendaagse kunstdiscourse. Ook in het symposium Collecting Geographies wordt uitgebreid aandacht besteed aan deze spraakmakende tentoonstelling. Waarom geniet Magiciens de la Terre 25 jaar na dato nog steeds zoveel belangstelling? En wat is precies haar erfenis?

Kunst is een universele expressie

Magiciens de la Terre werd samengesteld door de directeur van het Centre Pompidou, Jean-Hubert Martin, en was zowel een voortzetting van als een tegenreactie op de omstreden tentoonstelling Primitivism in 20th Century Art, die vijf jaar eerder in het MoMA in New York plaatsvond. Magiciens de la Terre werd gepresenteerd als ‘the first worldwide exhibition of contemporary art’, en omvatte werk van honderd kunstenaars: vijftig kunstenaars afkomstig uit Noord-Amerika en Europa, en vijftig afkomstig uit wat Martin aanduidde als de periferie, de zogenaamd niet-westerse gebieden. Met het naast elkaar tonen van verschillende kunstopvattingen, -tradities en – stijlen, poogde Magiciens de la Terre een caleidoscopisch, mondiaal perspectief op de hedendaagse kunst te geven en uitwisseling tussen de verschillende artistieke benaderingen te stimuleren.

Martin stond een universalistische opvatting van artistieke expressie voor: kunst als een universeel fenomeen dat de specifieke culturele, geografische en subjectieve context overstijgt en een spirituele functie heeft. Door de uiteenlopende kunstwerken als gelijkwaardig aan elkaar te presenteren, poogde Martin het (historische en discursieve) onderscheid tussen westerse en niet-westerse kunst te slechten en de getoonde werken op hun eigen merites – als artistiek object – te waarderen: ‘Non-western art seems branded with a taboo that demands it cannot be shown without explaining its context. People should bear in mind that visual objects are capable of conveying signs and meanings through the imagination and the emotions’. Martin besloot alle kunstwerken vrijwel zonder context te presenteren, om niet het risico te lopen dat ze slechts als een representatie hun cultuur zouden worden geïnterpreteerd. Alleen informatie over het land van herkomst, het land van verblijf en de nationaliteit van de kunstenaars werd bekend gemaakt. Alleen werd deze informatie niet gebruikt als categoriseringsprincipe, maar juist om de onhoudbaarheid van deze indeling naar nationale identiteit aan te tonen.

Naim June Paik, Centre Pompidou

Illusie van gelijkwaardigheid

Er kwam vanuit verschillende hoeken kritiek op de tentoonstelling. Zo stelden een aantal critici, waaronder  Benjamin H.D. Buchloh en Rasheed Araeen, dat de tentoonstelling een neokoloniaal project was. Buchloch vergeleek Martins denken en handelen met cultureel, politiek en economisch imperialisme. Araeen problematiseerde Martins idee van universalisme en decontextualisatie omdat het volgens hem niet leidde tot gelijkwaardigheid, maar tot oneigenlijke homogenisering. Door de visuele overeenkomsten tussen de kunstwerken te benadrukken en geen aandacht te schenken aan de verschillende culturele, economische en politieke omstandigheden waarbinnen de kunstwerken tot stand waren gekomen, creëerde Martin een illusie van gelijkwaardigheid, die geen ruimte liet voor dialoog, conflict of kritiek. Bovendien werd de bezoeker door de afwezigheid van context aangezet tot het toepassen van westerse esthetische kaders op objecten die buiten die kaders ook een andere betekenis hadden: een vorm van culturele toe-eigening. Dat de idee van gelijkwaardigheid gebaseerd was op een illusie blijkt mogelijk ook uit de criteria die Martin hanteerde tijdens het selectieproces: terwijl westerse kunstenaars werden geselecteerd op grond van ‘their concern for cultures other than their own’, werden niet-westerse kunstenaars geselecteerd indien zij werk maakten dat verwees naar ‘elements of their cultural roots’.Een gevolg hiervan was dat een aanzienlijk deel van de niet-westerse kunst rituele, figuratieve en volkskunst betrof, die werd gekenmerkt door een toepassing van traditionele vormen van materiaalproductie – en gebruik. Jean Fischer beschouwde dit als een ‘fetisjering’ van traditionele productieprocessen, een indicatie voor een westers verlangen naar een pre-industriële vorm van culturele authenticiteit. Met andere woorden, Magiciens de la Terre werkte juist exotisme, mystificatie en stereotypering van de niet-westerse kunst in de hand.

Er was ook positieve kritiek die de tentoonstelling prees om zijn grensverleggende karakter, het openbreken van de binaire oppositie westers/niet-westers en het stimuleren van culturele dialoog. Zo stelde Alfredo Jaar, één van de deelnemende kunstenaars, in een recent interview: ‘It was evident that after ‘Magiciens’ there was no turning back. In my view, it really was the first crack in the Western art bunker.’

Global Turn

Het polariserende debat dat de tentoonstelling genereerde, heeft eraan bijgedragen dat zij tot op de dag van vandaag een belangrijk referentiepunt is. De tentoonstelling stond model voor vele tentoonstellingen en biënnales, zowel internationaal als in Nederland. Zo zagen de jaren ’90 een groot aantal tentoonstellingen gewijd aan kunst uit niet-westerse of gemarginaliseerde gebieden; en sinds het nieuwe millennium groeide het aantal tentoonstellingen die de invloed van globalisering op artistieke productie en receptie onderzochten. Deze en andere ontwikkelingen zijn onderdeel van wat de global turn wordt genoemd: een periode van mondiale politieke en economische verschuivingen waarin het eurocentrische denkkader van de kunstgeschiedenis, de kunstmusea en de canon vanuit verschillende disciplines wordt hervormd, herschreven en gedecentraliseerd. Ideeën uit de postkoloniale theorie en antropologie worden toegeëigend binnen de kunsttheorie en toegepast in de tentoonstellingspraktijk; er ontstaan alternatieve terminologieën, zoals global art, world art,transnational art en het recentere glocal art, die het fixeren van kunst op grond van nationaliteit identiteit analyseren en uitdagen. Positief of negatief, Magiciens de la Terre is een belangrijke katalysator in deze global turn.

Magiciens de la Terre, Centre Pompidou

De erfenis en reputatie van Magiciens de la Terre worden ook door het Centre Pompidou zelf levend gehouden. Deze zomer organiseert het museum een ‘Summer School’ rondom Magiciens en In 2009 werd het ambitieuze onderzoeksprogramma ‘Recherche et Mondialisation’ opgericht, dat zich onder leiding van Catherine Grenier richt op de het ‘internationaliseren’ van het collectiebeleid en het herschrijven van de kunstgeschiedenis. Binnen dit programma werd onlangs de nieuwe collectieopstelling Modernités plurielles de 1905 à 1970  gerealiseerd, waarin moderne kunst vanuit een mondiaal perspectief wordt gepresenteerd, als correctie op het idee dat modernisme enkel een westers fenomeen is. De collectieopstelling wordt gepresenteerd als de eerste tentoonstelling waarmee het Centre Pompidou een mondiale geschiedenis van de kunst laat zien ‘met meer dan 1000 kunstwerken, 400 kunstenaars uit 47 landen’. Het museum treedt hiermee duidelijk in de voetsporen van Magiciens de la Terre; en naar het lijkt, stapt het ook in dezelfde valkuilen. Immers, geeft het herschrijven van de kunstgeschiedenis vanuit het perspectief van het modernisme niet blijk van eenzelfde vorm van toe-eigening en fictieve decontextualisatie waarvan Magiciens de la Terre werd bekritiseerd?

 

————-

Alle citaten in de tekst zijn afkomstig uit Lucy Steeds et al.,Making Art Global (Part 2). ‘Magiciens de la Terre’ 1989, Londen (Afterall Books/Koenig Books) 2013

Meer informatie over het symposium Collecting Geographies en het volledige programma vindt u hier. Op zaterdagmorgen zal Annie Cohen-Solal, een lezing geven getiteld ‘Magiciens de la Terre and other Postcolonial Exhibitions’.

Voor literatuur over de global turn zie onder meer: Hans Belting, Andrea Buddensieg & Peter Weibel (red.), The Global Contemporary and the Rise of New Art Worlds, Cambridge, MA (The MIT Press) 201;  Jill H. Casid et al., Art History in the Wake of the Global Turn, Londen (Yale University Press) 2014.

 

Liza Swaving, MA is cultuurwetenschapper en voltooide de Master Museumconservator aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze is Research Associate bij Rijksmuseum Volkenkunde, waar ze onderzoek doet naar de relatie tussen authenticiteit en het gebruik van bewegend beeld in de tentoonstellingen van het museum.

Photography copyright Deidi von Schaewen / Copyright Alfredo Jaar, courtesy Galerie Lelong, New York.

 

 

Tags

Related Posts


Geef een reactie