Journal
Geen categorie 13 augustus, 2015

Denken in Narratieven: Interview met Bart van der Heide over Tromarama

Van 12 juni tot en met 6 september 2015 toont het Stedelijk Museum de eerste Europese solotentoonstelling van het Indonesische kunstenaarscollectief TROMARAMA. De tentoonstelling is onderdeel van het project Global Collaborations. Met dit drie jaar lopende programma wil het Stedelijk Museum een goed geïnformeerde en genuanceerde blik vormen op ontwikkelingen in de hedendaagse kunst vanuit een mondiaal perspectief. Global Collaborations Online editor Christel Vesters sprak met de onlangs aangetreden Hoofd Conservatoren en Onderzoek Bart van der Heide over het werk van Tromarama, haar betekenis voor de hedendaagse beeldende kunst en het Stedelijk Museum in het bijzonder, en de toekomstvisie van het Stedelijk op de rol van global art binnen haar collectie en programmering.

Tromarama, Unbelievable Beliefs (2012), video still

Christel Vesters: Momenteel is in het Stedelijk de tentoonstelling TROMARAMA te zien van het gelijknamige, jonge Indonesische kunstenaarscollectief.  Hun werk laat zich misschien het best omschrijven als vrolijk ogende, digitale animaties die bij een tweede blik een filosofisch en soms kritisch commentaar geven op de geglobaliseerde en getechnologiseerde wereld waarin wij leven. Wat maakt juist hun werk juist nu zo interessant volgens jou?

Bart van der Heide: Tromarama’s werk en werkwijze is om tal van redenen interessant, bijvoorbeeld omdat de kunstenaars digital natives zijn en deel uitmaken van een generatie die is opgegroeid met de digitale beeldcultuur, met het potentieel van het world wide web en met de idee van een global community waarin barrières, grenzen en onderlinge verschillen onder een naadloos oppervlakte lijken te zijn verdwenen. Digitale beeld technologieën zijn tegenwoordig zo geavanceerd dat je bijvoorbeeld door middel van avatars moeiteloos een realiteit kunt creëren waarin realiteit en animatie zo naadloos in elkaar overlopen dat je het verschil niet meer ziet. Ik vind het interessant dat juist kunstenaars uit deze generatie die alle digitale technieken tot hun beschikking hebben om het perfecte beeld te creëren, kiezen voor de techniek en esthetiek van stop-motion animatie en zo het idee van een ‘naadloos aaneengeschakelde’ realiteit ondermijnen. Het gebruik van stop-motion creëert ook een bepaalde vertraging, het laat de cuts en edits zien en genereert daarmee een bepaalde materialiteit. Het is een strategie die volgens mij op een speelse manier kritische vragen stelt bij onze digitale beeldcultuur.

Gaba$2013.2.0344

Christel: De tentoonstelling TROMARAMA is onderdeel van het langer lopende project Global Collaborations waarin het Stedelijk Museum en het SMBA via verschillende samenwerkingsverbanden met kunstenaars en curatoren de impact van globalisering in verschillende regio’s in de wereld onderzoekt. Het viel mij op dat de term global art in de inleiding van de begeleidende publicatie niet (meer) wordt gebruikt. In plaats daarvan spreek je over een mondiaal perspectief, en schrijf je dat dit perspectief in de toekomst niet langer een ‘neven project’ maar een geïntegreerd bestandsdeel van het DNA van het Stedelijk zal vormen. Kun je hier iets meer over vertellen? En hoe past de tentoonstelling van Tromarama in deze visie?

Bart: Ik denk dat er voor het Stedelijk een uitdaging ligt om de begrippen ‘global’ en ‘global art’ opnieuw te definiëren en niet langer te denken langs geografische grenzen, of global als een ruimte waarin deze grenzen juist zijn opgeheven, maar in termen van global communities. Het Stedelijk wil in de toekomst veel meer vertrekken vanuit de grotere verhaallijnen die onze tijd bepalen, en kijken naar de effecten hiervan op de dagelijkse leefomgeving. Een van die grote verhalen is bijvoorbeeld de digitale revolutie – wat werkelijk alleen een revolutie in die delen van de wereld waar men toegang heeft tot het digitale – maar waar ik geïnteresseerd in ben, zijn de effecten van deze digitale revolutie op ons, onze leefomgeving en de manier waarop wij deze wereld zien. Hierbij is interessant om deze thema’s in een westers perspectief te plaatsen, maar het is nog interessanter om ze vanuit een mondiaal perspectief te belichten. De effecten van de digitale revolutie zijn in Amsterdam en in Bandung nagenoeg dezelfde, maar de invulling die mensen er op deze twee plekken is verschillend omdat de lokale context, de lokale leefomgeving anders is. Veel kunstenaars verhouden zich in hun werk tot de digitale beeldcultuur, maar het is volgens mij de specifieke, lokale context die maakt dat een kunstenaarscollectief als Tromarama het digitale, en in dit geval digitale animatie, verbindt met animisme; de spirituele volksgeloof dat diep geworteld is in de Indonesische samenleving.

Wuramon in Stedelijk Museum RestaurantChristel: Grote verhalen, lokale verschillen. Maar hoe ga je dit als Stedelijk laten zien? Hoe incorporeer je deze visie in het DNA van een museum wiens geschiedenis en identiteit zo verweven is met het verhaal van de westerse moderne kunst? Een van de thema’s die herhaaldelijk in het Global Collaborations programma aanbod is gekomen, is de valkuil waar veel westerse moderne kunstmusea invallen in hun omgang met niet-westerse kunst; namelijk de neiging om deze kunstuitingen binnen de context van de eigen canon te blijven plaatsen en benaderen. Voor meest uitgesproken critici van deze trend is dit een nieuwe vorm van westers imperialisme.

Bart: Het Stedelijk is een plek waar dingen anders gedaan kunnen worden. Wij zijn bijvoorbeeld niet geïnteresseerd in het model waarbij een groep curatoren naar Africa gaat om de stand van zaken in de hedendaagse kunst te inventariseren en vervolgens thuis een tentoonstelling te maken over “Hedendaagse Kunst in Africa”. Dat vind ik te algemeen, niet specifiek genoeg. Aan de andere kant, dit is ook precies wat er van musea zoals het MoMA en de Tate verwacht wordt; zij moeten the definitive exhibition maken. Kijk bijvoorbeeld naar de Matisse tentoonstelling in Londen moest het de Matisse tentoonstelling allertijden worden, terwijl wij hier in het Stedelijk de ruimte hebben genomen om te experimenteren door dezelfde selectie werken te combineren met dat van Matisse’s tijdsgenoten en daarmee onze eigen collectie weer opnieuw te ontdekken.

Het Stedelijk wil verbanden leggen, relaties bouwen, met kunstenaars, met het publiek, met andere posities. Dit is ook een van de sterke punten van het Global Collaborations programma, de verschillende samenwerkingsverbanden, en voor het Stedelijk vormen deze samenwerkingsverbanden de basis voor een alternatief model.

ON PROGRESS 5 kopie

Christel: Kun je hier nog iets meer over vertellen? Hoe verhouden deze samenwerkingsverbanden zich tot de grotere verhalen waar je eerder aan refereerde?

Bart: Samenwerking is alleen mogelijk vanuit de intentie van gelijkwaardigheid, vanuit de intentie om samen iets uit te zoeken, en volgens mij is dit alleen mogelijk als de “grote verhalen” duidelijk zijn. Uitgaande van ons eigen DNA bepalen wij welke verhaallijnen, welke thema’s wij belangrijk vinden voor het Stedelijk om daar vervolgens onderzoek naar te doen. Vanuit die verdieping kunnen we op zoek gaan naar mogelijke partners om samenwerkingen mee aan te gaan en vanuit hun context en ons kunnen helpen om onze positie aan te scherpen, of om deze juist uit te dagen of in disbalans te brengen. Hierbij hoef je niet langer langs geografische grenzen te denken, maar kun je thema’s benaderen vanuit netwerken en de idee van een global community, thema’s die iedereen raken.

Christel: Maar hoe is dit idee van global community anders dan het denken in termen van de global art ?

Bart: Wij zijn een global community omdat wij via verschillende netwerken en met name op het world wide web met elkaar verbonden zijn, maar op heel veel andere niveaus, zoals het politieke, economische, sociaal-culturele en historische niveau, zijn we dat natuurlijk totaal niet. Hierin ligt de paradox. Global kapitalisme duwt ons meer en meer naar een abstractie niveau van tijdelijkheid en vluchtigheid en promoot de idee van een global netwerk waarin geen onderlinge verschillen zijn. Maar deze zijn er wel. Kunst heeft de kracht om een betekenisvolle tegenhanger voor dit wereldbeeld te bieden. En het Stedelijk heeft de verantwoordelijkheid om de gelaagdheid, de diversiteit en de onderlinge verschillen te laten zien, om politieke onenigheid, economische ongelijkheid of bijvoorbeeld gender conflicten zichtbaar te maken, anders geef je toe aan de illusie van seamlessness en sameness; dat we wereld een homogeen, naadloos aaneengeschakeld universum is.

Dit is waarom het werk van Tromarama zo interessant is: de stop-motion techniek vormt een metafoor voor onze visie op global art. Net als het Stedelijk kiezen zij er bewust voor om niet een glad en gepolijst beeld te produceren maar om te vertragen en de naden tussen de verschillende beelden te laten zien.

 

De tentoonstelling Tromarama is nog te zien tot en met 6 september 2015.
Meer informatie over Tromarama en hun werk is te vinden online en in de publicatie die het Stedelijk publiceerde ter gelegenheid van de tentoonstelling. De Instagram filmpjes zijn hier te zien.

 

Tags

Related Posts


Tromarama's homepage


Lees meer over Tromarama en bekijk hun stop-motion animaties en andere kunstwerken op Tromarama's homepage


Geef een reactie