Journal
Geen categorie 25 februari, 2015

Kunst in een ‘glocal’ context – Een interview met Zoran Erić

Op 6 februari j.l. opende de derde tentoonstelling in de reeks Global Positions in het Museum voor Hedendaagse Kunst (MoCAB) in Belgrado, Servië. Ditmaal bestaat de tentoonstelling uit een solo-presentatie van de in Amsterdam wonende kunstenaar Zachary Formwalt, getiteld Three Exchanges, opgebouwd uit drie samenhangende video werken waarin de vaak onzichtbare impact van het wereldwijd verbreide kapitalisme onder de loep wordt genomen. De tentoonstellingen in de reeks Global Positions worden ontwikkeld als samenwerking tussen het SMBA, de projectruimte van het Stedelijk Museum, en geestverwante kunstinstellingen over de wereld. Het eerste project in de serie, Made in Commons was het resultaat van de samenwerking met het cultuur centrum KUNCI in Yogyakarta, Indonesië, en de tweede editie legde relaties tussen de kunstwereld in Beirut en Amsterdam. 

Kunsthistoricus Steyn Bergs interviewde MoCAB’s hoofdcurator Zoran Erić over de betekenis van Formwalt’s tentoonstelling in een voormalig communistisch land, de ‘tussenpositie’ van Servië in het postkoloniale discours en het belang van institutionele samenwerkingsverbanden.

MoCA, Belgrade, 2015

Steyn Bergs: Zoran, zou je allereerst misschien iets kunnen vertellen over de aard van de samenwerking tussen het Stedelijk Museum/SMBA en het MoCAB? Wat was voor het MoCAB bijvoorbeeld de belangrijkste reden om deel te nemen aan het driejarige Global Collaborations project, en waarom is dit project relevant voor het MoCAB?

Zoran Erić: Het tot stand brengen van samenwerkingsverbanden met partner-instellingen in Europa en daarbuiten is een van de speerpunten in het beleid van het MoCAB. Zo werkte het museum recentelijk samen met onder meer de Tate Modern, het Baskisch Museum, ARTRIUM waarmee uitwisselingen van programma’s en coproducties werden gerealiseerd. De samenwerking met het Stedelijk is erg belangrijk voor ons. De MoCAB Salon – de plek waar Zachary’s tentoonstelling plaats vind – richt zich op vooruitstrevende hedendaagse kunst die stevig verankert is in een artistieke onderzoekspraktijk en waarin kwesties als globale cultuur, economische en geopolitieke machtsverhoudingen zowel analytische als kritische wijze worden onderzocht. Met name op dit punt zien we sterke overeenkomsten met de agenda’s van het SMBA en het Global Collaborationsproject. En daarbij past het werk van Zachary Formwalt perfect in het institutionele profiel de MoCAB Salon.

Steyn Bergs: Zachary’s installatie Three Exchanges reist naar Belgrado, maar behalve deze uitwisseling, hoe zal de samenwerking nog meer gestalte krijgen?

Zoran Erić: In al onze samenwerkingen is het voor het MoCAB belangrijk dat zij gebaseerd zijn op het principe vanIn the light of the Arc, Zachary Formwalt, 2013 wederkerigheid; dat er sprake is van tweerichtingsverkeer. Dus ‘in ruil’ voor Zachary’s tentoonstelling zal het SMBA dit voorjaar nieuw werk presenteren dat momenteel nog ontwikkeld wordt, van de kunstenaars Nikolai Radić Lucati en Vladimir Miladinović. Om een tipje van de sluier op te lichten: beide nieuwe werken zullen als uitgangspunt de gemeenschappelijke delers nemen in de relaties tussen Nederland en voormalig Joegoslavië – tijdens en na het uiteenvallen van de federatie. De modaliteiten van deze werken zijn vergelijkbaar met die in Zachary’s installatie: zij verkennen thema’s als de nieuwe hegemonieën in Europa via artistiek onderzoek, en ze zetten kritische vraagtekens bij de soevereiniteit van Servië (Nikola Radić Lucati) en de twijfelachtige manier waarop de geschiedenis van de oorlogen en het uiteenvallen van Joegoslavië is weergegeven in de media, en hoe geschiedenis op een normatieve manier wordt gemedieerd (Vladimir Miladinović). En, Zachary, het SMBA en de MoCAB Salon werken samen aan Zachary’s nieuwe publicatie waarin onder meer het uitgebreide onderzoek dat hij deed ter voorbereiding van Three Exchanges is opgenomen.

Steyn Bergs: Het is een detail, maar misschien wel een interessante: Ziet de tentoonstelling Three Exchanges er in Belgrado anders uit dan in Amsterdam? En zo ja, hoe?

Unsupported Transit, Zachary Formwalt, 2011Zoran Erić: Three Exchanges is zo goed als dezelfde tentoonstelling. De verhoudingen van de projecties, de ruimtelijke inrichting en bijbehorende details in het design zullen iets anders zijn omdat ze zijn aangepast aan de architectuur en ruimte van de MoCAB Salon. Voor ons was de toevoeging van Servische ondertiteling in de werken een zeer belangrijk element, omdat het voor ons een voorwaarde is dat de lokale bevolking het verhaal in de video’s kan volgen. Tot slot hopen we een presentatie te organiseren rondom het verschijnen van de gezamenlijke publicatie en zo de dialoog met het publiek voort te zetten.

Steyn Bergs: Het is duidelijk dat het Global Collaborations project zowel in haar doelstelling als methodologie, zwaar leunt op postkoloniale theorieën en discours. Er is een duidelijke focus op voormalige koloniale gebieden, zoals Afrika en Zuidoost Azië. De positie van Servië kan in dit opzicht als een ‘tussenpositie’ worden beschouwd: Servië is nooit een koloniale mogendheid geweest, noch is het gekoloniseerd geweest. Hoe beïnvloedt deze ‘tussenpositie’ volgens jou de omgang met het postkoloniale discours in Servië? En hoe is dit discours relevant voor een instelling zoals het MoCAB in het bijzonder?

Zoran Erić: Met het oog op deze periode in de geschiedenis is het belangrijk om niet te vergeten dat Joegoslavië een van de oprichters was van de Non-Alignment Movement (NAM), (de NAM werd in 1961 in Belgrado opgericht door een groep natiestaten die niet formeel deel waren van de geopolitieke allianties en machtsblokken op het wereldtoneel in die tijd). In die hoedanigheid hielp Joegoslavië menig gekolonialiseerd land in haar strijd om onafhankelijkheid. Een aantal jaren later zou Joegoslavië een gerespecteerde partner zijn in de modernisering van deze onlangs onafhankelijk geworden landen, en was het in staat om haar kennis en producten te exporteren – met name architectuur, civiele techniek en militaire techniek en industrie. Deze positie kan niet vergeleken worden met die van een koloniale mogendheid, maar het werpt wel een ander perspectief op deze historische periode van antikoloniaal verzet, onafhankelijkheid bewegingen en postkoloniale theorie; een invalshoek waarbij de uitzonderlijke positie van Joegoslavië overigens nooit volledig is onderzocht.

In de recente geschiedenis, sinds het uiteenvallen van Joegoslavië, heeft Servië te maken gekregen met nieuwe vormen van strijd tegen globale, economische hegemonieën die ook beschouwd zouden kunnen worden als nieuwe vorm van kolonialiseren. Deze vormen van ‘onderdrukking’ begonnen zich overigens al te af te tekenen ten tijde van de Koude Oorlog, in het tijdperk van het ‘ontwikkelingsbeleid’ ten aanzien van de ontwikkelingslanden in het NAM verbond. Zo richtte de NAM bijvoorbeeld Groep 77 op die gericht was op het verstevigen van ‘zuid-zuid’ georiënteerde, economische handels- en samenwerkingsverbanden, om zo NAM’s principe om de bipolaire wereld ter discussie te stellen, kracht bij te zetten. Dit zijn thema’s die wij momenteel onderzoeken in het MoCAB onderzoeksproject Non-Aligned Modernities, waarbij wij de mogelijkheden – voor de wereld van vandaag – verkennen van supranationale constellaties met het potentieel om te emanciperen.

MoCA, Belgrade, 2015Steyn Bergs: Tot slot, er wordt vaak beweerd dat de kunstwereld tegenwoordig volledig geglobaliseerd is, en de overdaad aan biënnales lijken deze stelling te bevestigen. Deze geglobaliseerde kunstwereld lijkt het beoogde publiek te zijn voor het merendeel van de hedendaagse kunstproductie. Hedendaagse kunst, met de woorden van de filosoof Peter Osborne, wil vooral ‘overal of nergens’ bestaan. Desalniettemin zijn er ook grenzen aan deze ‘universaliserende’ tendensen: Zachary’s werk bijvoorbeeld, maakt overduidelijk gebruik van marxistische kritieken op politieke economie, arbeid en abstractie. Denk jij dat dit werk van Zachary op een andere manier wordt ontvangen – en andere betekenissen genereert – in de Servische context, waar, anders dan in Nederland, een groot deel van het publiek een authentieke en nog levende herinnering heeft van het communisme? En anderzijds, in welke mate is de content het werk van Nikolai Radić Lucati en Vladimir Miladinović afhankelijk van de context waarin het is ontwikkeld en wordt beschouwd?

Zoran Erić: Ik zou deze vraag heel anders benaderen, en bepleiten dat de modus operandi van huidige kapitalistische systeem het best wordt geïllustreerd door de logica en manier waarop multinationals hun producten top-down distribueren en promoten wereldwijd maar met een hoge mate van sensitiviteit voor lokale smaken, voorkeuren en gebruiken. In plaats van te focussen op het hele corpus aan ideeën omtrent globalisering, wil ik inzoomen op een meer specifiek aspect van de discussie, namelijk het concept ‘glocalization’. De term wordt gebruikt om relatie en verwevenheid van de noties ‘global’ en ‘local’ te beschrijven, en is ontwikkeld binnen de sociale theorie of te beschrijven hoe de wereldwijde marketingcampagnes van multinationals meer succes heeft wanneer de campagnes per locatie en cultuur aangepast worden. Bruno Latour, aan de andere kant, zet juist vraagtekens bij de waarde van de concepten ‘local’ en ‘global’ en claimt dat deze ‘labels’ hun nut al lang hebben verloren. Daarom stelt hij voor om de term ‘glocal’ te gebruiken omdat het een breed scala aan mogelijkheden in zich bergt, van het meest lokale tot het meest universele, waarmee hij nogmaals onderstreept hoe belangrijk het is om de simpele binaire tegenstelling tussen ‘de realiteit van de lokale werkelijkheid’ en de ‘abstractie van globale belangen’ te doorbreken. Net zoals het lokale inmiddels geglobaliseerd is, is het globale gelokaliseerd.

Het proces van globalisering in de kunstwereld, waar jij naar verwijst, is zichtbaar in de overdaad aan biënnale tentoonstellingen, die op hun beurt de oude, geografische hegemonieën van de grote kunstcentra ondermijnen en in plaats daarvan een nieuwe, meervoudige, gefragmenteerde globale kunstwereld laten zien. Curatoren zijn veelal globetrotters geworden die met elkaar concurreren in de grote steden, al waar zij discourses ontwikkelen voor het contextualiseren van kunst en experimenteren met nieuwe formats voor tentoonstellingen. De consequentie hiervan is dat veel ‘globale’ biënnales compleet op elkaar beginnen te lijken, alsof ze allemaal deze logica van multinationals waar ik eerder aan refereerde, hebben overgenomen. Dezelfde ‘smaak’ kan nu overal gevonden worden – het hoeft alleen nog maar gebrand te worden en gekoppeld aan de globale culturele economie.

In the light of the Arc, Zachary Formwalt, 2013

 

Dit gezegd hebbende wil ik graag ingaan op de huidige sociaal-politieke situatie in Servië waar een van de drijvende krachten momenteel het perverse verbond is tussen een allesverzengend kapitalisme en het radicaal-orthodox Christendom. De erfenis van de socialistische arbeiders mentaliteit tot zelforganisatie in ex-Joegoslavië, was een zeer specifiek sociaal model dat kan niet simpelweg gelabeld worden als dat van een ‘communistisch’ land. Kwesties rondom arbeid en de arbeidersklasse zijn vandaag de dag zeer urgent, met name gezien alle gedwongen privatiseringen en het ‘bestelen’ van de gewone bevolking, iets wat wij in onze recente geschiedenis al meerdere maken meemaakten. Servie ligt economisch gezien in duigen. Het is een land dat investeringen probeert binnen te halen vanuit alle mogelijke economische wereldmacht, en zet daarmee haar deuren wagenwijd open voor het neoliberale kapitalisme. Daarom is het belangrijk voor ons om deel te nemen aan het discours dat Zachary Formwalt aanzwengelt, de marxistische kritiek van de politieke economie, de wereldwijde stroom van geld en arbeid. Een discussie die overigens hoog op de agenda zou moeten staan van ieder land in de wereld met een haperende economie.

 

Steyn Bergs is kunstcriticus en onderzoeker. Momenteel volgt hij de MA opleiding visual arts, media en architectuur aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is hij editor bij Kunstlicht journal.

Zoran Eric is kunstcriticus, curator en docent. Hij behaalde een Ph.D. aan de Bauhaus Universiteit in Weimar. Hij is werkzaam als Chief Curator  in het Museum van Hedendaagse Kunst, Belgrado. Zijn onderzoeksgebieden zijn de ontmoetingsplaatsen van de stedelijke geografie, ruimtelijk en cultureel discours, en de theorie van de radicale democratie.

Foto’s Sasa Reljic. 

De tentoonstelling Three Exchanges was tot 25 ianuari 2015 te zien in SMBA, en zal van 6 februari tot 22 maart doorreizen naar Belgrado in het Museum van Hedendaagse Kunst.

Tags

Related Posts


Geef een reactie