Journal
Geen categorie 30 maart, 2014

Thinking Globally

Van 13 tot en met 15 maart 2014 vond het driedaagse symposium Collecting Geographies: Global Programming and Museums of Modern Art, plaats in het Stedelijk Museum en het Tropenmuseum in Amsterdam. Naast de 24 sessies waarin meer dan 80 internationale papers werden gepresenteerd, vonden er ook publieke lezingen en paneldiscussies plaats, waaronder Thinking Globally: Museums, Art and Ethnography after the Global Turn. Deelnemers aan de discussie waren de academici Jette Sandahl, James Clifford en Pamela M. Lee en de kunstenaars Wendelien van Oldenborgh en Kader Attia. De sessie werd gemodereerd door Leon Wainwright. Het Stedelijk vroeg twee jonge schrijvers om vanuit bun eigen perspectief verslag to doer van de avond.

Opening by Leon Wainwright

De paneldiscussie vond plaats in het Tropenmuseum; een gepaste context volgens Anke Bangma, die de avond opende en conservator hedendaagse kunst en fotografie is in het Tropenmuseum, omdat het bevragen van de omstreden scheiding tussen respectievelijk kunst en cultuur enerzijds en het kunst- en volkenkundig museum anderzijds één van de speerpunten is van het symposium Collecting Geographies. De grootste uitdaging waarvoor het volkenkundig museum zich gesteld ziet, aldus Bangma, is het vinden van nieuwe representatievormen die recht doen aan een wereld gekenmerkt door steeds veranderende relaties tussen het verre en het nabije.

Voortbordurend op Bangma’s introductie stelde moderator Leon Wainwright, de centrale vraag: Wat betekent het om global te denken? Hij maakte hierbij de vergelijking met de Toren van Babel, een plaats waar iedereen weliswaar onderdeel is van hetzelfde systeem, maar elkaar niet per se begrijpt of verstaat. Wainwright nam de metafoor als uitgangspunt voor de verdere discussie waarbij hij ‘de kunstenaar’ een cruciale rol toebedeelde als het gaat om mogelijke manieren van vertaling en bemiddeling. Want, zo stelde hij, kunst kan hierin een belangrijke rol spelen.

Afbeelding-3-jette[1]

Directeur van het Kobenhavns Museum Jette Sandahl bevestigde en beargumenteerde dit idee aan de hand van een aantal voorbeelden, waaronder tentoonstelling Horizons: volces from global Africa (2004) en Fred Wilson: Site Unseen: Dwellings of the Demons (2004) beiden in het Museum of World Cultures, Stockholm, en E Tu Ake: Standing Strong (2011) in Museum of New Zealand te Papa. Volgens Sandahl genereerden deze tentoonstellingen nieuwe benaderingen die meer dynamische opvattingen van cultuur, identiteit, historische zelfreflectie, het herschrijven van de geschiedenis en het blootleggen van koloniale categorieën bevorderden. Noties als interdisciplinariteit, intermedialiteit, fragmentatie, heterogeniteit, interactie en meerstemmigheid, vormden de drijvende kracht achter deze benaderingen. Tijdens het debat werd echter duidelijk dat Sandahis voorbeelden van good practice tegelijkertijd ook de problematiek van deze vorm van global programming zichtbaar maakten, namelijk de manier waarop kunstenaars soms geinstrumentaliseerd worden als bemiddelaars in deze netelige discussie. Tijdens het debat werd de inzet van de kunstenaar als kritische en reflexieve transformator van koloniale waardesystemen, met name in volkenkundige musea, stevig bekritiseerd, voornamelijk door de twee aanwezige kunstenaars Wendelien van Oldenborgh en Kader Attia.

La Javanaise (2012), Wendelien van OldenborghIn haar presentatie stelde Van Oldenborgh dat het herdefiniëren van het volkenkundige museum juist te veel zou zijn overgelaten aan kunstenaars, en suggereerde daarmee dat het museum zich haar verantwoordelijkheid ontloopt. [Volgens Sandahl is dit niet het geval. Volgens haar vindt het proces van transformatie plaats op vele verschillende niveaus en in samenwerking met verschillende personen en instituten.] Van Oldenborgh onderstreept de complexiteit van de netwerken en de vele verschillende verbindingen daar tusssen, in de kunstwereld als is de wereld daarbuiten. Vanuit dit perspectief problematiseerde ze de term global turn, het concept en de achterliggende ideeën. Volgens Van Oldenborgh is zowel terminologie als de daarmee bedoelde situatie, onderhevig aan constante verandering.

Daarbij kan het ook niet zo zijn dat de global turn als startpunt fungeert van een nieuwe praktijk voor de toekomst, waarin geen aandacht wordt gegeven aan de (globale) geschiedenis als zodanig. Van Oldenborgh benadrukt dat er een hele wereld bestond voor de global turn, een wereld die een herwaardering verdient en tegelijk onontkoombaar doorwerkt in de hedendaagse praktijk, frames en netwerken — denk bijvoorbeeld aan het werk van o.a. Lina Bo Bardi in Brazilië, die in de geschiedschrijving nauwelijks een plaats heeft, maar wel een belangrijke invloed is op de hedendaagse beeldende kunst en architectuurpraktijk in Brazilië en daarbuiten. Met terugwerkende kracht kijken naar de geschiedenis is daarom van essentieel belang als het gaat om een juiste waardering van zowel de geschiedenis als de hedendaagse praxis. Dit geldt ook voor de (r)evaluatie van bestaande collecties.

Kader Attia, Arch of Tazoult, videostillOok Kader Attia stelde dat de samenwerking tussen hedendaagse kunstenaars en volkenkundige musea niet vanzelfsprekend is, omdat artistiek interventies in een systeem dat gefundeerd is op (de ideologie van) representatie zowel zeer problematisch als zeer complex is. Attia pleit in plaats daarvan voor een specifieke benadering: reappropriation, het opnieuw toe-eigenen (van objecten, plaatsen, verhalen, gebruiken etcetera) als manier om (machts)verhoudingen te herstellen. Elementen die zijn geclaimd, ingevoerd of achterlaten door de voormalig kolonisator dienen te worden gebruikt en (terug)veroverd door de voormalig gekoloniseerden, en daarmee voorzien van een nieuwe betekenis en waarde — los van de westerse versies. Teruggaan naar een zogenaamde ‘originele’ situatie van ‘er voor’ is namelijk onmogelijk. Attia baseert deze manier van werken op de ideeën van de Braziliaanse dichter Oswald de Andrade en zijn Cannibal Manifeste, waarin wordt gesteld dat het opnemen, toe-eigenen, herkauwen en verteren van andere culturen leidt tot een gezamenlijk nieuw geheel. Dit is in lijn met het idee van creolité — het samensmelten van historische en culturele wortels met de koloniale overheersing, leidend tot een nieuwe unieke eigentijdse situatie — dat eveneens door Attia werd aangehaald. Om zijn idee van re-appropriation te illustreren, gebruikt hij het voorbeeld van een vervallen Romeinse ruïne in de buurt van zijn geboorteplaats in Algerije, die nu worden gebruikt door de lokale jongeren als voetbalveld. Een ander voorbeeld zijn de toe-eigening van Romeinse munten, in hun nieuwe context fungeren als onderdelen van juwelen en sieraden. Ook ging hij in op de manier waarop de westerse wereld inventies claimt, zoals bij muziekstromingen — waaronder jazz. Deze worden als specifiek westers aangeduid, maar komen voort uit een uitwisseling tussen vele verschillende achtergronden en zijn uiteindelijk hun eigen leven gaan leiden.

Paneldiscussion Thinking Globally

Zowel Van Oldenborgh als Attia wezen op de tekortkomingen van termen als de global turn, global contemporary en global thinking. Maar waar zij kritisch stonden tegenover deze terminologie, verdedigde Pamela Lee juist het nut ervan: Volgens haar kunnen deze termen ons bewust maken van de ideologie van globalisering en de mythe van een ongedifferentieerde, open wereld. Ook James Clifford gaf een voorbeeld van een term die opereert op verschillende, complexe betekenisniveaus: indigenous, een sleutelbegrip in zijn boek Returns: Becoming Indigenous in the Twenty-First Century (2013). Zowel Lee als Clifford wezen erop dat dit soort terminologie tegelijkertijd een waarschuwing is voor een bepaalde ideologie als de ideologie zélf kan omvatten. Kritische waakzaamheid blijft daarom geboden.

 

Liza Swaving, MA is cultuurwetenschapper en voltooide de Master Museumconservator aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze is Research Associate bij Rijksmuseum Volkenkunde, waar ze onderzoek doet naar de relatie tussen authenticiteit en het gebruik van bewegend beeld in de tentoonstellingen van het museum.

Vincent van Velsen is onafhankelijk schrijver en onderzoeker met een achtergrond in internationale economie, architectuur en kunstgeschiedenis. Hij schrijft regelmatig voor media als MetroplisM, Volume, Tubelight en Archined.

Fotos  Monique Kooijmans.

 

 

Tags

Related Posts


Wendelien van Oldenborg


Meer informatie over het werk en de kunstenaarspraktijk van Wendelien van Oldenborgh

Kader Attia


Meer informatie over het werk en de kunstenaarspraktijk van Kder Attia


Geef een reactie